Press "Enter" to skip to content

Koninklijke Nederlandse Munt

De Koninklijke Nederlandse Munt is een organisatie waar de Nederlandse overheid volledig eigenaar van is. Vanaf het jaar 1807 is ze bovendien ook meteen de enige instantie die gerechtigd is om munten uit te geven in Nederland.

Op 17 september 1806, toen Nederland nog viel onder het bewind van koning Louis Napoleon werd er door de vorst besloten dat niet alleen het slaan van de munten, maar ook het distribueren er van moest gebeuren door één enkele, nationale instantie. Dat was voor deze periode vrij ongewoon. Tijdens de Middeleeuwen was het zelfs heel gewoon dat grote, machtige steden over hun eigen munthuis en munten beschikten. Dit zorgde er voor dat er binnen één enkel land perfect verschillende munten konden worden uitgegeven en gebruikt. Dat was dus niet zo voor Nederland.

In eerste instantie was het de bedoeling om de Koninklijke Nederlandse Munt in de hoofdstad te vestigen. Dat bleek echter financieel niet haalbaar te zijn waardoor er werd uitgeweken naar Utrecht. Toen in 1813 Napoleon werd verslagen werd het Koninkrijk der Nederlanden gevormd met William I als koning. Het munthuis werd bijgevolg hernoemd naar de ‘Rijks Munt’. Toen België nog deel uitmaakte van het Koninkrijk was er sprake van een tweede munthuis, namelijk in Brussel. Vanaf het ogenblik dat België zichzelf onafhankelijk verklaarde (in 1839) kwam daar terug verandering in. De Rijks Munt was vanaf dat ogenblik opnieuw het enige munthuis op Nederlands grondgebied.

In het jaar 1901 kwam de Koninklijke Nederlandse Munt onder de supervisie te staan van het Ministerie van Financiën. Elf jaar later in 1911 zou de Nederlandse overheid er officieel eigenaar van worden. Het slaan van de munten gebeurde op bepaalde ogenblikken in de geschiedenis niet in Nederland zelf. Het bekendste voorbeeld hiervan is terug te vinden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen werden de munten van de Koninklijke Nederlandse Munt in Amerika geslagen.